Gotische Kerken


Opnieuw verwijs ik naar Prof. Dr. J.J.M. Timmers. In zijn boek, De glorie van Nederland, schrijft hij dat de gotiek niets anders is dan een logische ontwikkeling van datgene wat in de romaanse periode was bereikt. De term verwijst naar de Goten, de plunderaars van het klassieke Rome. De 17e-eeuwer was ervan overtuigd dat het verlaten van de klassieke romaanse bouwwijze het werk van barbaren moet zijn geweest.
De religie bleef in de gotiek een voorname rol spelen, niet meer zo absoluut als het in de eerste periode van de middeleeuwen het geval was. De mens had immers ook zichzelf ontdekt. De groei van zijn zelfbewustzijn en van zijn vrijheid, ging ten koste van de geestelijkheid en de adel. Zijn dadendrang zorgde voor fantastische bouwprojecten, niet in het minst als het om kerken gaat.


Kenmerken van de gotische bouwstijl


De reeds genoemde brugklasser kent de bekende kenmerken, hoge ramen met spitse bogen, versieringen, binnen en buiten de kerk, hoge muren die door luchtbogen worden gesteund.
Waar het romaans de stijl is van de rondboog en kent de gotiek de spitsboog. In het romaans overheerst het horizontale aspect. Een rondboog heeft een horizontaal karakter, denk maar aan de raaklijn aan de bolle zijde van de rondboog. De spitsboog heeft een verticaal karakter, hier wijzen de raaklijnen naar boven, symbolisch voor het zelfbewuste van de late middeleeuwer! Kerkschepen worden hoger, smaller en dieper. Muren worden doorbroken met arcaden, nissen en vensters. De vele hoge vensters zorgen voor veel meer licht in de kerk.
Het overdrijven van de hoogte ten koste van de breedte veroorzaakt technische problemen
(de hoogste kerk in Nederland is 33 m. hoog!).
De hoge wanden moeten worden gesteund door slanke luchtbogen, soms in dubbele rijen. De hoge smalle vensters en grote roset-ramen ontlenen hun stabiliteit aan de verdeling in verticale en radiale banen en horizontale vakken die worden ingevuld met stenen traceringen.



















Doorsnede van een gotisch middenschip en zijbeuk (uit: Geschiedenis van de architectuur)

De gotische schipwand


Aan de hand van de opbouw van een schipwand kan ik enkele typische gotische kenmerken laten zien. In de basiliek van Meerssen zijn ze gemakkelijk te herkennen!

De wand bestaat meestal uit drie zones:
- gelijkvloers bevinden zich de arcaden bestaande uit pijlers en spitsbogen, deze bogen openen naar de zijbeuken. De beuken zijn voorzien van kruisribgewelven
- boven op de zijbeuken bevindt zich een nep-galerij, het triforium, met naar het schip toe kleine zuiltjes die eveneens spitsbogen dragen. (soms, zoals in de basiliek van Meerssen, is er sprake van een blind triforium)
- de lichtbeuk vormt de derde zone, hier bevinden zich de hoge vensters die voor het licht in het schip zorgen en die meestal elegante traceringen laten zien

Het schip draagt dikwijls een zadeldak, terwijl de zijbeuken een lessenaarsdak hebben. Aan de buitenmuren van het schip zie je boven de zijbeuken de luchtbogen, en tegen de zijbeuken, zware steunberen. Als extra verzwaring en versiering worden boven op de steunberen waterspuwers aangebracht en pinakels.
Later in de gotiek worden zijkoren en zijbeuken even hoog opgetrokken als het hoofdkoor en het schip. Zo ontstaan de gotische kerken met typische hallenkoren (Roermond,
St. Christoffelkerk) en hallenkerken (Venlo, St. Martinuskerk).















Plattegrond van de St. Martinus in Venlo (uit: Schnell gids nr. 2380)


De ontwikkeling van de gotiek in Limburg


De Maaslandse gotiek


Meer nog dan bij het romaans het geval was, hebben regionale stijlen de gotiek sterk beinvloed.
In Maastricht wordt in de 13e eeuw de Dominicanenkerk gebouwd en in 1294 toegewijd aan
St. Paulus. Ongeveer een eeuw later bouwen de Franciskanen eveneens een kerk. Het vermoeden bestaat dat ook ook deze kerk al in de 13e eeuw begonnen was. Beide kerken ontwikkelen de regionale Maaslandse stijl die onder andere wordt gekenmerkt door:

- hardstenen kolommen, aanvankelijk rond, later met hoekschalken
- het ontbreken van een triforium dat vervangen wordt door een rij blinde spitsbogen
- Maaskapitelen met blad motieven
- Het ontbreken van een kooromgang

Uit het romaans werd de zware geslotenheid, de geringe hoogte, de brede schepen en de stompe spitsbogen en de ingang naast het transept, in de noordbeuk, nog steeds toegepast!

De basiliek van Meersen, die ik al eerder noemde, neemt een bijzondere plaats in. De kerk werd in de 14e eeuw gesticht als kloosterkerk van de Benedictijnen die onder de verantwoordelijkheid vielen van de abdij van St. Remy. De kerk werd gebouwd door een leerling van de architect van de kathedraal van Reims. Een en ander verklaart het Franse uiterlijk van de basiliek. Ondanks het gemis van een toren die in de 17e eeuw zou zijn ingestort en vele 19e-eeuwse toevoegingen blijft de basiliek een van de meest charmante voortbrengselen van de Maaslandse gotiek.

De gotische kathedraal van Roermond is eveneens een bijzonder geval. De voorkeur om later beide zijkoren even hoog op te trekken als het hoofdkoor lijkt een aanzet te zijn tot de bouw van diverse hallenkerken in de 15e eeuw. In het Noord-Limburgse gebied laat zich deze Duitse invloed kennen. In Weert, Venlo en tot op zekere hoogte Venray, worden kerken van in Nederrijnse trant gerealiseerd.

De Brabantse gotiek


Aan het einde van de gotiek ontkomt ook Limburg niet aan de andere, rijpere, regionale stijl, de Brabantse gotiek. Het Sacramentshuis in de Meerssense basiliek is daar een fraai voorbeeld van.
Ook latere toevoegingen aan de St. Petruskerk in Sittard, het priesterkoor werd rond 1500 met twee traveeen verlengd en afgesloten met een vijfhoekig koor, vertonen kenmerken van deze stijl.